Genres


Gevonden poëzie

Bestaande teksten (reclamebord, gebruiksaanwijzing, verbodsteken) omvormen tot gedicht

  1.  Deelnemers fotograferen teksten in de buurt (bijv. “Niet blokkeren”, “Vers gebakken”, “Honden aan de lijn”) en presenteren deze als een gedicht zonder er iets aan te veranderen.

Stapelgedicht

De titels op de ruggen vormen, van boven naar beneden gelezen, het gedicht. In plaats van boeken ook andere bronnen te gebruiken.

  • Techniek: Deelnemers verzamelen losse woorden van verschillende plekken (een krantenkop, een menukaart, een straatnaambordje) en voegen deze samen.
  • Resultaat: Een collage-gedicht dat de buurt “samenvat”.

Stiftgedicht

Vorm van gevonden poëzie waarbij je bestaande tekst, zoals uit een krant of oud boek, gebruikt om een nieuw gedicht te maken. Je streept met een zwarte stift alle woorden weg die je niet nodig hebt, waardoor alleen de woorden van jouw gedicht overblijven op de pagina

Klankgedicht

Bij klankpoëzie gaat het niet om de betekenis van woorden, maar om hun ritme en klank. Dit is geïnspireerd door bewegingen zoals Dada.

Voorbeeld: Een ritmische herhaling van “Halte – Overstappen – Pas op – Alsjeblieft”.

Toepassing: NT2-leerders kunnen woorden kiezen die ze “mooi vinden klinken” of die ze vaak horen in de buurt (het gerinkel van de tram, het roepen van de marktkoopman), zonder dat de zin logisch hoeft te zijn.

Knip poëzie

Populair gemaakt door William S. Burroughs. Je neemt een tekst, knipt deze in stukjes (per woord of per zinsdeel) en schudt ze door elkaar om een nieuwe, vaak surrealistische tekst te vormen.

Toepassing: Knip teksten uit de buurtfolders of lokale krantjes en laat de cursisten blind drie stroken trekken. Dit zorgt vaak voor grappige en verrassende resultaten.

Sound scapes

Laat de hele groep tegelijkertijd één krachtige zin uitspreken die ze op straat hebben gevonden. Het volume van een groep geeft autoriteit aan woorden die normaal genegeerd worden.

Lijstgedichten/Incantaties

Terwijl één persoon een ‘gevonden’ tekst voorleest, maken anderen de geluiden van de buurt na (het tikken van een richtingaanwijzer, de wind op de brug, geroezemoes). Dit plaatst de taal direct in de omgeving..

Laat cursisten een lijst maken van alle verboden of geboden die ze in de buurt zien (“Niet parkeren”, “Hier aanlijnen”, “Verboden toegang”). Door deze op een bezwerende, ritmische manier achter elkaar op te zeggen, krijgt de alledaagse bureaucratie iets poëtisch of zelfs grappigs.

Koorzang