Overhoeks is een plek waar het rauwe, industriële verleden van Noord (Shell-toren, scheepsbouw) botst met de superstrakke, moderne architectuur (Eye, A’DAM Toren) en nieuwe luxe appartementen.
De contrasten in taal zijn daar enorm: van hippe marketingtaal en bouwplaatsborden tot nautische termen bij het IJ.
1. Contrast-Poëzie (Oud vs. Nieuw)
In Overhoeks staan hypermoderne namen (zoals The Curve, Hyperion) pal naast de historische context.
- Techniek: Laat de cursisten woorden verzamelen van de oude overblijfselen (kades, bolders) en die mengen met woorden van de nieuwe luxe (vastgoedadvertenties, menukaarten van chique hotels).
- Poster-idee: Een poster waarbij de bovenkant bestaat uit “gladde” taal van makelaars en de onderkant uit “harde” taal van de kade.
2. Transitie-Poëzie (De Brug als podium)
De brug tussen Overhoeks en het Buiksloterwegveer is een plek van constante beweging.
- Genre: Het Verplaatsings-gedicht. Verzamel teksten die te maken hebben met richting en beweging: “Kijk uit voor de fietser”, “Pont vertrekt over 2 minuten”, “Bestemmingsverkeer”.
- Performance: Gebruik de lengte van de brug. Cursisten kunnen als een soort ‘levende wegwijzers’ langs de reling staan en flarden van navigatieteksten uitspreken terwijl mensen passeren.
3. Industriële Klankpoëzie
Overhoeks heeft een heel eigen ‘geluid’.
- Techniek: Zoek woorden op bouwplaatsen of bij de haven die kort en krachtig zijn: STOP, HIJS, DANGER, HELM, VRIJ.
- Performance: Gebruik deze woorden als ritmische instrumenten. De groep kan een beat maken van korte Nederlandse commandowoorden die ze in de buurt hebben gezien.